Op naar één religieus-levensbeschouwelijke superomroepDe kleine religieuze omroepen hebben het zwaar. Ze zouden
inefficiënt, vaag en achterhaald zijn. Wij pleiten voor één omroep die zorg
draagt voor goede religieuze en levensbeschouwelijke tv en radio in
Nederland. De nieuwjaarsspeech van voorzitter Henk Hagoort van de
publieke omroep is door mediaminister Ronald Plasterk zeer verwelkomd. Beiden
zijn van mening dat er te veel omroepen zijn. Daardoor krijgen de kleine,
religieuze omroepen het zwaar en moeten zij vrezen voor hun toekomst.
Niet-ledengebonden zenders als het rooms-katholieke RKK, de islamitische NMO en
de Humanistische Omroep worden betaald omdat zij een stem geven aan kerkelijke
of levensbeschouwelijke groeperingen in het pluriforme medialandschap. Deze
zogenaamde 2.42-omroepen (naar het artikelnummer in de Mediawet) worden niet
afgerekend op het ledenaantal. Het Commissariaat voor de Media verdeelt 1057 uur
radio en 351 uur televisie per jaar tussen de negen ´spirituele kleintjes´ in
het omroeplandschap.
Religie privé
Feitelijk zijn deze omroepen relicten uit de verzuilde samenleving van het
midden van de vorige eeuw: elke religie zijn eigen zuil mét eigen krant, radio-
en televisie-omroep. Hagoort en Plasterk denken dat het allemaal héél anders
moet. Ze weten alleen nog niet precies hoe. De 2.42-omroepen zien zich voor
grote problemen gesteld. Ten eerste zijn steeds minder mensen bereid om 'zomaar'
belastinggeld uit te geven voor religieus geïnspireerde radio en tv. Religie
behoort volgens velen tot de privé-sfeer en moet buiten de publieke sfeer
blijven.
Vertegenwoordigingsvraag
Het tweede probleem is dat de 2.42-omroepen een stem vertegenwoordigen van
een bepaalde religieuze groepering. Vroeger was dat gemakkelijk: elk
kerkgenootschap kreeg een zender. De grenzen van religie zijn in de samenleving
echter vloeiender geworden. Een volgend probleem is dat van de religieuze
identiteit. De 2.42-omroepen moeten een duidelijke religieuze signatuur hebben,
maar wie bepaalt dat? En op basis van welke criteria? Bij de moslimomroepen is
de discussie wie van hen de identiteit van de achterban vertegenwoordigt hoog
opgelaaid. Hoe dat bij de IKON zit is onduidelijk. De scriba? In het katholieke
geval is het volstrekt helder: het betreft de zendtijd van het Rooms-Katholiek
Kerkgenootschap met de bisschoppenconferentie als aanspreekpunt. Maar RKK kampt
met identiteitsproblemen. De KRO, die de invulling van de RKK-zendtijd verzorgt,
krijgt kritiek vanuit katholieke kring. De KRO zou niet in staat zijn RKK op een
professionele en geloofwaardige wijze vorm te geven. Bloggers en twitteraars van
uiteenlopend pluimage trekken de laatste tijd fel van leer tegen wat wel de
‘folklorisering en trivialisering’ van het katholicisme bij RKK wordt genoemd en
het sterke accent op ‘emo-tv’. Hamvraag is dus, het geheel overziend: wie
garandeert de religieuze identiteit van de 2.42-omroepen, de feitelijke reden
van hun bestaan?
Versnippering
Het vierde probleem is meer pragmatisch. De verschillende religieuze omroepen
hebben allemaal een eigen budget waarop steeds dezelfde kosten drukken:
management, personeel, gebouw, studio, enzovoorts. Deze versnippering van
middelen is uit financieel oogpunt heel onverstandig. Internetdiensten vragen
bijvoorbeeld een grote investering die de kleine religieuze omroepen alleen niet
kunnen dragen.
Oplossing
Dit laatste brengt ons bij ons feitelijke voorstel. Breng de 2.42-omroepen
onder in één religieus-levensbeschouwelijke omroep. Deze nieuwe omroep beheert
de financiën en verzorgt de administratieve en facilitaire ondersteuning.
Daardoor kan efficiënter en goedkoper worden gewerkt. Alle religieuze of
levensbeschouwelijke hoofdstromingen krijgen in de nieuwe omroep een eigen
programmaraad en redactie. De programmaraad bepaalt het programmabeleid en is
aanspreekbaar op het verband tussen de programma’s en de levensbeschouwelijke
achtergrond daarvan. Voor benoemingen in de katholieke programmaraad zijn de
bisschoppen verantwoordelijk. De redactie zorgt voor de feitelijke uitvoering
van de journalistieke activiteiten. Door de 2.42-omroepen te bevrijden van de
zorg voor financiën en administratie kunnen zij zich richten op hun eigenlijke
taak: goede programma’s leveren met een duidelijke religieuze of
levensbeschouwelijke signatuur. Eric van den Berg, Frank G. Bosman, Jacques van Gool, Erica Schruer, Peter van Zoest De auteurs zijn allen actief op het terrein van religie en
mediacultuur. Dit artikel verscheen op zaterdag 23 januari in Nederlands Dagblad, en op de weblogs van de auteurs.
|